|
|
Olympia geschiedkundig
Waarschijnlijk was Olympia reeds vóór 1500 V.C. bewoond. Omstreeks 1000
V.C. werd de plaats een heiligdom voor de op de Olympos tronende Zeus. Zo
groeide deze plek uit tot het belangrijkste centrum in Hellas voor de verering van Zeus.
Zijn heilige plaats in Elis werd naar Zeus' Olympos "Olympia" genoemd.
Hier werden in 776 V.C. ter ere van hem de Olympische Spelen ingesteld.
De religieuze ceremonieën namen naast de sportwedstrijden dan ook een belangrijke
plaats in tijdens de vijf dagen dat de Spelen duurden. Zo werd begonnen met het
brengen van offers en het uitspreken van gebeden.
In 146 V.C. was Griekenland niet langer onafhankelijk, maar stond het onder Romeins bewind.
De Olympische Spelen waren vanaf toen internationaal: naast Grieken mochten niet enkel Romeinen, maar
ook barbaren deelnemen.
Omstreeks 65 N.C.liet Keizer Nero, vol hoogmoed, een paleis bouwen in het heilige Olympia.
Corruptie en politieke druk ontnamen de Olympische Spelen
alle geloofwaardigheid. Door de opkomst van het christendom verminderde ook de belangstelling
voor de heidense goden. Deze twee factoren zorgden ervoor dat Olympia een stille dood stierf.
In 394 N.C. verbood de tot het christendom bekeerde Romeinse keizer Theodosius de Olympische Spelen,
omdat hij ze als een heidens evenement beschouwde.
In 426 N.C. werden de heidense tempels verwoest.
In 522 en 551 N.C. vonden in het antieke Elis zware aardbevingen
plaats. Wat na de natuurrampen nog recht bleef staan, werd door de Alphaeos bedolven onder
een meterdikke slijklaag, waardoor Olympia voor eeuwen van de kaart werd geveegd.
Het oude Olympia werd door Richard Chandler in 1776 herontdekt. In 1829 hebben Franse archeologen
verder onderzoek verricht en de vondsten overgebracht naar het Louvre. Toen de Griekse overheid
dit ontdekte, werden de opgravingen stopgezet. Vijfenveertig jaar later begonnen Duitse archeologen
terug te graven, dit keer met het akkoord van de Griekse autoriteiten. Nu zijn de meeste ruïnes blootgelegd.
|
|
|