|
|
Bezienswaardigheden
Olympia is in feite geen antieke stad, maar een aan Zeus gewijd heiligdom.
De ingang van dit heiligdom, door de Grieken Altis (heilig woud) genoemd,
waar oorspronkelijk de cultus van Zeus bij een altaar in de open lucht plaatsvond, bevindt
zich in de noordwesthoek van de oorspronkelijke ommuring.
 |
Links van deze ingang stond het Prytaneion, genoemd naar de toenmalige "burgemeester" Prytanis. Hier
werd het heilige vuur Hestia in stand gehouden. De overwinnaars ontvingen hier een olijftak.
Samen met de eregasten kregen zij in het Hestiatorion een feestmaaltijd aangeboden.
|
| Schuin tegenover de ingang zijn de imposante resten te zien van de oudste tempel (ca. 600 V.C), die
aan Hera is gewijd: het Heraion heeft een langgerekte Dorische bouw met zuilen van verschillende
vorm, die in de loop der jaren de vroegere houten zuilen vervangen hebben. Donateurs die een bijdrage aan
de tempel wilden verlenen, kregen immers de gelegenheid om een houten zuil te vervangen door een stenen.
|
 |
In de cella stond het cultusbeeld van de zittende Hera met daarnaast een staande Zeus. Hera was de gemalin
van Zeus en de godin van het huwelijk en het gezin. Binnenin bevond zich het marmeren beeld van Hermes met het kind Dionysus van Praxiteles. Dit beeld is
nu te bewonderen in het archeologisch museum.


 |
Meer naar het zuidoosten ligt de ruïne van de Dorische Zeustempel. Zelfs als ruïne is het nog een
indrukwekkend bouwwerk: de onderbouw heeft een oppervlakte van 66 m bij 28 m en de zuilen van schelpkalk hadden
een hoogte van 10,5 m. Na de Perzische oorlogen ving de bouw van de tempel aan - als het ware
als nationaal oorlogsmonument - en in 456 V.C. was het bouwwerk voltooid. Libon van Elis was de bouwmeester.
De hoofdruimte was verdeeld in drie delen: de voorhal (pronaos), de eigenlijke hoofdruimte (cella) en de achterhal
(opisthodomos). Via bronzen deuren kreeg je toegang van de pronaos naar de cella. De cella zelf was verdeeld in drie
stukken door twee rijen Dorische zuilen, die door een aardbeving vernietigd zijn. Hier bevond zich
het beeld van Zeus. In het opisthodomos werd de schatkist bewaard.
De gebeeldhouwde versieringen (thans in het archeologisch museum) laten de twaalf werken van de held Heracles zien.
De statige oostgevel toont, aan weerszijden van Zeus, Pelops als stichter van de Olympische Spelen
met zijn tegenstander en latere schoonvader Oinomaos, hun familie en gevolg. De westgevel toont
de strijd van Lapithen en Centauren, met Apollo in het midden.
|
Op het voorplein van de tempel in het oosten vind je de resten van sokkels, waarop beelden van overwinnaars van wagenrennen en
andere sporten stonden. In het zuidwesten stond de heilige olijfboom, waarvan de takken gebruikt werden om de
kransen van de overwinnaars van de Spelen te vervaardigen.
De derde tempel, aan de noordkant, was het Metroön. Deze tempel was gewijd aan Rhea, de moeder van Zeus en
andere goden. Ten tijde van de Romeinen werd hij bestemd voor de keizercultus (o.a het beeld van keizer Augustus
staat in de cella).
Tussen de Hera- en Zeustempel ligt het Pelopion, een aan Pelops gewijd heiligdom.
Verderop ligt op een terras, een rij van schathuizen uit de 6de eeuw V.C., grotendeels opgericht door steden uit
West-Griekenland. Het zijn eenvoudige rechthoekige gebouwen in de vorm van antentempels. Anten zijn
uitstekende pijlers uit de muren van de cella. De schathuizen hadden als functie het bewaren van de geschenken
van de verschillende steden.
Daarvoor stond een rij van bronzen Zeusbeelden (4de eeuw V.C.-2de eeuw N.C.), bekostigd uit door de atleten betaalde
boetes; de sokkels zijn bewaard gebleven.
Het oudste stadion reikte vanuit het oosten tot diep
in de Altis en eindigde dicht bij de heilige olijfboom.
Het stadion was een hardloopbaan met een lengte van ongeveer 192 m. De start- en finishstrepen liggen er nog.
Op 1 m van elkaar startten twintig hardlopers. Ongeveer veertigduizend toeschouwers volgden de wedstrijden links
en rechts op de aardewallen. Hier werden ook het verspringen, discus- en speerwerpen, worstelen en boksen beoefend.
Daarachter lag de renbaan voor de paardenraces (hippodromos). Deze is echter volledig verloren gegaan door de
overstromingen van de Alphaeos. Omstreeks 450 V.C. werd het stadion verder oostwaarts verplaatst, buiten de Altis.
De oostkant werd toen
afgesloten door de Echo-hal, een langgerekte zuilenhal (stoa) van 98 m lang en 13 m breed. Zij kreeg deze naam
vanwege haar zevenvoudige echo. Op deze plaats werd door een heraut de naam van de winnaar der Spelen afgekondigd.
Verspreid vind je er nog leeuwenkoppen van waterspuwers. |


 |
 |
Na de slag bij Chaeronea in 338 V.C. stichtte Philippos II van Macedonië ten westen van de Heratempel een rond gebouw,
het Philippeion. Deze Ionische peripteros (tempel rondom omgeven door een zuilengang) heeft achttien Ionische
buitenzuilen en twaalf Corinthische binnenzuilen. In de cella stonden beelden in goud en ivoor van de Macedonische
koninklijke familie, vervaardigd door Leochares. In dit gebouw werd Alexander de Grote tot god verklaard. |
| Tenslotte legde de rijke Athener Herodes Atticus in 160 N.C. een nymphaeon aan ten westen van de schathuizen.
Dit is een halfcirkelvormige muur, gebouwd rondom de Nymphaeon-bron, voorzien van nissen, bestemd voor beelden van
de keizers. Een drie km lange waterleiding en drieëntachtig waterspuwers in de vorm van leeuwenkoppen voorzagen de
deelnemers aan de Spelen van drinkwater. |
 |
Annex aan het heiligdom, maar buiten de ommuring, lagen tal van gebouwen.
 |
In het zuiden bij de Romeinse stadsmuur bevinden zich de ruïnes van het Bouleuterion (Boule betekent
gemeenteraad), dus neemt men aan dat de gemeenteraad hier zetelde. Het Bouleuterion bestond uit twee zalen met
ronde apsis, waarvan de oudste dateert van vóór 600 V.C.. Zij waren verbonden door een open binnenhof, waar de
deelnemers aan de Spelen samen kwamen om de Olympische eed af te leggen voor het beeld van Zeus Horkios
(de eedgod Zeus). |
Aan de westkant vind je nog de overblijfselen van diverse bouwwerken.
| Het Leonidaion was een vierkant gebouwencomplex omgeven door Ionische zuilenhallen. Het gebouw, genoemd naar
zijn architect Leonidas, was het grootste in Olympia. In het midden, omringd door Dorische zuilen, bevond zich een
atrium met een impluvium (een regenwaterbassin met fonteinen en gazons). Het gebouw fungeerde als gastenverblijf voor
de eregasten van de Olympische Spelen. |
 |
 |
In het Theopoleion (het priesterhuis) verbleven de opperpriesters, die de offergaven voor de goden verzorgden.
Het oorspronkelijke gebouw telde acht vierkante vertrekken rondom een binnenhof met een put. In het midden staat nu
een grote boom. |
| De palaestra , de boks- en worstelschool, was een vierkant gebouw (66 m bij 66 m) met een binnenhof (41 m bij
41 m). Aan de vier zijden waren er Dorische zuilenhallen. |
 |
 |
Het gymnasion was eveneens aan vier zijden begrensd door zuilenhallen. Dit oefenterrein, waar atleten naakt
sportten, werd gebruikt voor de training in hardlopen, verspringen, speer- en discuswerpen. |
| Achter het Theopoleion bevond zich de werkplaats van Pheidias. Hier vervaardigde deze kunstenaar het indrukwekkende beeld
van Zeus. Op deze plaats heeft men het kleimodel, matrijzen voor het gouden kleed, werktuigen, ivoorresten en een
beker met het opschrift "eigendom van Pheidias" opgegraven. In de 5de eeuw N.C. werd deze ruimte tot een Byzantijns
kerkje verbouwd. |
 |
Achter het atelier van Pheidias liggen verscheidene badgebouwtjes met stenen zitkuipbaden, een heteluchtbad,
een zweetbad, enz. uit het begin van de 5de eeuw V.C., die ongeveer 300 V.C. nog uitgebreid werden.
Het Heroön, oorspronkelijk een badinrichting met zweetruimte, werd omgevormd tot een heldenmonument met een klein altaar.
|
|
|